Duur betaald koopje

Voor € 15,00 hang ik als jasje aan een kledinghanger in een Nederlandse winkel. Een koopje! Tenminste, voor de Nederlandse dame. Want aan de andere kant van de wereld wordt er een hoge prijs voor betaald.

Zowel gecontroleerd als op de automatische piloot legt een 15-jarig meisje mijn voor –en achterkant op elkaar en roetsjt het onder de naaimachine door. Het meisje zit in een lange rij van meiden en vrouwen die allemaal aan dezelfde soort jasjes werken. Aan beide kanten van haar zitten nog meer vrouwen in rijen hetzelfde werk te doen. En daarnaast nog een paar rijen. De hele ruimte is er mee gevuld.

Het meisje zit hier al zo’n twee uur en zal zeker nog negen uur op haar werkplek aanwezig zijn. Bangladesh, waar ik gemaakt word, is een land waar de arbeid goedkoop is en de kledingindustrie ‘boomt’. Op wereldschaal is het land de tweede exporteur van kleding geworden. Met zo’n tien tot vijftien miljard euro zorgt de kledingindustrie voor tachtig procent van de totale export van het straatarme land. 85 procent van de mensen die in die industrie werkt is vrouw.

Nadat ik aan een zijde ben dichtgenaaid, word ik doorgeven. Een vrouw van middelbare leeftijd geeft mij een kraagje. De vrouw werkt hier al sinds ze twaalf is. Soms wil ze wel stoppen omdat ze zo weinig loon krijgt. Maar staken betekent een dag geen loon. En daarbij, de kledingfabrieken verhogen hun lonen toch niet. De fabrieken maken namelijk zelf nauwelijks winst. Wanneer ze het loon van hun arbeiders zouden verhogen en dat zouden doorberekenen aan de opdrachtgever, hebben ze kans hun opdracht mis te lopen aan een goedkopere concurrerende fabrikant. Daarom krijgen de fabriekswerkers vaak minder dan het wettelijk minimumloon en werken ze zonder arbeidscontract. Is ze het er niet mee eens? Geen probleem. Voor haar honderd anderen. Dus werkt ze door. Dag in dag uit, jaar in, jaar uit.

Naast het harde werken, intimidatie en sociale onzekerheid is er nog iets waar deze arbeidsters mee te dealen hebben: onveiligheid op werkvloer. Volgens de actiegroep Clean Clothes Campaign zijn er sinds 2006 meer dan 500 doden gevallen bij branden in Bengaalse textielfabrieken. Afgelopen jaar werden mensen levend verbrand omdat de nooduitgang geblokkeerd was in de fabriek.

Stoppen met kleren kopen dan maar? Nee. Want kleding heb je nodig en het is een belangrijke inkomstenbron voor Bangladesh. Alleen vind ik dat mensen in Europa bereid moeten zijn wat extra geld te betalen voor kleding. Daarmee kunnen de lonen van arbeiders iets omhoog en de arbeidsomstandigheden verbeterd worden. Ik snap dat het in de praktijk helaas niet zo makkelijk werkt omdat dat extra geld vaak juist niet bij de arbeiders, maar bij de mensen daarboven terecht komt. Daarnaast blijkt het moeilijk te achterhalen wie verantwoordelijk is voor de slechte omstandigheden waaronder kleding geproduceerd wordt.

Kledingmerken besteden hun productie uit, op zoek naar de laagste productiekosten. Zo lang de prijs maar laag blijft, nemen de aannemers of inkoopkantoren veiligheidsvoorschriften en de belofte voor goede arbeidsomstandigheden liever met een korreltje zout. Er zijn zoveel spelers in de productieketen,  waardoor de verantwoordelijkheid makkelijk op een andere speler afgeschoven wordt. En dan is er nog de overheid.  Wat mij betreft heeft die ook een aandeel. Maar zullen zij veiligheidsvoorschriften voorschrijven  wanneer winst en export belangrijker blijft dan de veiligheid van, en zekerheid voor werknemers?

Het blijft een lastig probleem en het lijkt misschien alsof je als consument niets kan doen. Maar dat kan wel. Als er geen vraag is naar eerlijke kleding, dan zal die ook niet gemaakt worden. Dus laat je stem laten horen. Hoe vaker kledingmerken horen dat de klant alleen nog maar eerlijke kleding wil kopen, hoe lastiger het voor de merken is daar geen gehoor aan te geven. De klant, dat ben jij, is uiteindelijk toch koning.

Een vrouw van 22 jaar oud kijkt mij aan. Ze trekt me van de kledinghanger af, steekt haar armen door mijn mouwen en bekijkt het geheel eens goed in de spiegel. Ik hoor haar denken: ‘vijftien euro. Hoe kan het dat het zo goedkoop is?’ Haar gedachten zijn alweer bij haar bankrekening en ze loopt met mij onder haar arm naar de kassa. Ik ben per slot van rekening een koopje!